COLUMN > Blauwoogje
Vanaf het moment dat ik wist dat ik zwanger was, had ik sterk het gevoel dat het een jongen zou worden. Waarom weet ik niet. Het heeft waarschijnlijk te maken met een diep geworteld verlangen uit mijn kindertijd.
Als jongste van een gezin met drie meiden had ik mijn ouders gek gedraaid met de vurige wens een broertje te willen, maar helaas hadden mijn ouders daar een stokje voor gestoken en was het fysiek niet meer mogelijk voor hen om nog kinderen te krijgen. Ik was diep teleurgesteld, maar heb mij uiteindelijk in mijn lot geschikt en geaccepteerd dat met mij de rij toch echt gesloten werd.
Nu, met die gierende hormonen, kwam mijn kinderwens weer genadeloos naar voren en hoopte ik toch stiekem op een jongen. Maar, alsof de duvel ermee speelde, na een paar weken sloeg dat gevoel in een keer om. Mijn onderbuik maakte plaats voor een andere gedachte: ik wist het zeker. Het was geen jongen, maar een meid! Waar die omslag vandaan kwam, kan ik echt niet verklaren. Het was er nu eenmaal. En om nou te zeggen dat ik teleurgesteld was door die gedachte, kan ik niet zeggen. Het maakte mij eigenlijk niet zo heel veel uit. Als het maar gezond is, dacht ik. En ook in dit geval blijken die welbekende clichés toch echt te kloppen.
Na negen uur bikkelen op de verloskamer werd er gelukkig ingegrepen door mijn gynaecoloog en ging het team over tot een keizersnee. Met persweeën en al moest ik de gangen nog over naar de OK, maar nadat de anesthesist de ruggenprik eindelijk geregeld had, werd mijn bevalling een verademing en een genot om mee te maken. Vijf minuten later hoorde ik mijn Belgische gynaecoloog de volgende woorden zeggen: ‘Kijk aan, het is een flink manneke.’ Waarop ik heel droog antwoordde: ‘Hoor ik daar nu mannetje?’ Ik was compleet verbouwereerd en kreeg boven het groene doek een wolk van een kerel te zien met alles er op en er aan. Ik had verwacht dat ik tranen met tuiten zou huilen, maar gek genoeg was ik zo relaxed en rustig, dat ik alleen maar kon denken: ik heb een zoon. We hebben een zoon. Het is geen meid, maar een gozer. Mijn diepliggende wens was werkelijkheid geworden en na eindelijk dichtgenaaid en weer opgelapt te zijn, kreeg ik mijn zoon in mijn armen. Ik kon maar een ding: stralen!
Nu, twaalf weken later, straal ik nog en kan ik mijn ogen niet van hem afhouden. Alles klopt, mijn puzzel is compleet. Met de geboorte van ons blauwoogje is mijn leven zo enorm verrijkt. Ik voel me de koningin te rijk met mijn drie knakkers (de hond meegerekend, ha, ha!) En was het nu een jongen of een meid geworden, dat had mij nu geen ene moer meer kunnen schelen. Waar ik nog het meeste van sta te kijken, is dat ik over het issue ‘kinderen’ zo lang heb moeten wikken en wegen. Want als ik met mijn kop boven zijn wieg hang en getrakteerd wordt op een gulle lach zijn al mijn zorgen voor de toekomst in één klap verdwenen!
Auteur: Yezzie













